Y a-t-il aussi des critiques à l'encontre de la théorie polyvagale ?
Ja. En in plaats van die kritiek weg te wuiven, leggen we hem hier eerlijk uit — en vertellen we hoe wij er zelf mee omgaan.
Dit is misschien wel een van de belangrijkste vragen die je kunt stellen voordat je met het SSP begint. Want als de theorie erachter ter discussie staat, wat betekent dat dan voor jou? We geven liever een eerlijk en genuanceerd antwoord dan een gladde geruststelling. Het korte antwoord: ja, er is kritiek — en dat is precies wat je bij een levende wetenschap mag verwachten.
Waar gaat de kritiek over?
De polyvagaaltheorie is populair bij veel clinici en cliënten, maar verschillende wetenschappers hebben kritiek op onderdelen ervan. De kritiek richt zich vooral op specifieke evolutionaire en anatomische aannames in de theorie — bijvoorbeeld op hoe bepaalde delen van het zenuwstelsel zich volgens de theorie ontwikkeld zouden hebben. Onderzoekers als Paul Grossman hebben daar publicaties over geschreven. Vanuit het Polyvagal Institute en van clinici wereldwijd is daar vervolgens uitgebreid op gereageerd.
Belangrijk om te zien: dit debat gaat over de theoretische onderbouwing, niet over de vraag of mensen baat hebben bij de toepassingen. Dat is een wezenlijk verschil. Een model kan op punten worden bijgesteld terwijl de praktische waarde overeind blijft.
Discussie betekent niet “weerlegd”
In de wetenschap is kritiek geen teken van falen, maar van vooruitgang. Modellen worden voortdurend getoetst, aangescherpt en deels herzien. Dat sommige onderbouwende aannames ter discussie staan, betekent niet dat de theorie waardeloos is of dat de toepassingen niet werken. Het betekent dat de wetenschap zijn werk doet.
Twee kampen, één gesprek
De discussie wordt het duidelijkst als je de twee kanten naast elkaar zet. Grofweg staan er twee groepen tegenover elkaar, en allebei hebben ze een punt.
Het klinische kamp: "een therapeutische revolutie"
Voor veel trauma-therapeuten en bekende experts — denk aan Bessel van der Kolk en Deb Dana — is de polyvagaaltheorie onmisbaar geworden. Ook in Nederland en België omarmen veel traumasensitieve professionals het model. Waarom zijn ze zo enthousiast?
- Het haalt de schuldvraag weg. De theorie verklaart de freeze- (bevriezings-) en flauwval-reacties. Veel mensen die iets ergs meemaakten, voelen schaamte omdat ze destijds niet vochten of vluchtten. De theorie laat zien dat het zenuwstelsel bij extreme onveiligheid zelf de regie overneemt en kiest voor de dorsale stand (platliggen, energie sparen) om te overleven. Dat is geen falen; dat is overleving.
- Het geeft taal aan het lichaam. Begrippen als neuroceptie (onbewust scannen op gevaar) en co-regulatie (veiligheid vinden via de aanwezigheid van een ander) geven therapeut en cliënt concrete woorden voor lichamelijke stressreacties.
- Het verklaart waarom praten alleen vaak niet genoeg is. Het biedt een logische basis voor waarom ademhaling, stemgebruik en oogcontact wél helpen om het zenuwstelsel terug in de veilige stand te brengen.
De klinische wijsheid die je vaak hoort: zelfs al klopt de biologie misschien niet tot achter de komma, in de behandelkamer wérkt het — het helpt mensen helen en geeft rust.
Het neurowetenschappelijke kamp: "biologische fictie"
Aan de andere kant staan neurobiologen, fysiologen en kritische psychologen. Die kritiek sudderde al jaren, maar bereikte een kookpunt toen psychofysioloog Paul Grossman samen met een grote groep wetenschappers een uitgebreide publicatie uitbracht waarin de theorie wetenschappelijk onhoudbaar werd genoemd. Hun belangrijkste punten:
- Evolutionaire misvattingen. Porges stelt dat het zenuwstelsel zich in drie strakke evolutionaire stappen ontwikkelde, met de sociale (ventrale) vagus als iets unieks voor zoogdieren. Biologen wijzen erop dat ook reptielen en amfibieën vergelijkbare structuren hebben en sociaal gedrag vertonen; de evolutionaire "ladder" zou te simpel zijn voorgesteld.
- Anatomische oversimplificatie. De werking van de nervus vagus is veel complexer dan drie nette standen. Sommige claims over hoe specifieke hersenkernen het hartritme aansturen, worden door modern fysiologisch onderzoek tegengesproken.
- Lastig te toetsen. Critici vinden de theorie zo geformuleerd dat ze nauwelijks wetenschappelijk te weerleggen is.
Porges heeft daarop gereageerd dat zijn critici de theorie te letterlijk en te mechanistisch lezen, waardoor ze de systemische en functionele waarde van het model over het hoofd zien.
De nuchtere middenweg
De consensus die veel trauma-specialisten tegenwoordig kiezen: zie de polyvagaaltheorie als een waardevolle klinische metafoor, niet als een biologisch handboek. Als kader voor psycho-educatie is het uitstekend — het helpt mensen begrijpen waarom hun lichaam reageert zoals het reageert. Tegelijk is het verstandig om het niet te presenteren als de absolute biologische waarheid. De tools (ademhaling, lichaamswerk, focussen op veiligheid) blijven effectief in de praktijk, ook zonder dat de achterliggende neuro-anatomie tot in detail hoeft te kloppen.
Hoe wij er zelf mee omgaan
We vinden het belangrijk om de wetenschappelijke discussie serieus te nemen en niet te doen alsof er niets aan de hand is. Toen een cliënt ons een tijdje terug attendeerde op een kritisch artikel — met de prikkelende titel dat de polyvagaaltheorie "dood" zou zijn — zijn we ons daar opnieuw in gaan verdiepen, juist ook via de tegenreacties.
Onze conclusie was niet om alles overboord te gooien, maar om onze taal zorgvuldiger te kiezen. We spreken daarom liever van het polyvagale kader en de wetenschap van veiligheid dan van een sluitende, bewezen theorie. En vooral: we blijven werken met de concepten die hun waarde in de praktijk bewijzen.
- De autonome staten (veiligheid, actie, afsluiting) als praktisch kompas
- Neuroceptie: het onbewuste scannen op veiligheid of gevaar
- Interoceptie: het van binnenuit voelen van je eigen lichaam
Aan dat fundament verandert de discussie niets. Dit zijn bruikbare, herkenbare begrippen die mensen helpen begrijpen wat er in hun lichaam gebeurt — en die in de begeleiding houvast geven.
Die samenvatting van een van onze cliënten vat het mooi. De ervaring dat je rustiger wordt, beter slaapt of minder snel overprikkeld raakt, staat los van de vraag of de wetenschap elk onderliggend mechanisme al volledig kan verklaren. Veel effectieve benaderingen in de geneeskunde zijn ooit zo begonnen: eerst werkte het, daarna begrepen we steeds beter waarom.
Wil je weten hoe het SSP in de praktijk werkt, los van het theoretische debat?
En savoir plus sur le SSPWat betekent dit voor jou?
Het mooie is: je hoeft geen enkele theorie te onderschrijven om het SSP te ervaren. Je hoeft niet te geloven in een model, geen wetenschappelijk standpunt in te nemen en geen kant te kiezen in een academisch debat. Je luistert, en je merkt zelf of het je helpt richting meer rust en veiligheid.
Wat wij je wél kunnen beloven, is eerlijkheid. We zullen nooit doen alsof het SSP een wondermiddel is of alsof alles tot in detail bewezen is. We vertellen je wat we weten, wat nog onderzocht wordt, en waar de grenzen liggen. Die transparantie vinden we belangrijker dan een mooi verhaal — juist omdat de mensen die bij ons komen vaak al veel hebben geprobeerd en recht hebben op een reëel beeld.
En bref
Ja, er is kritiek op delen van de polyvagaaltheorie, en dat is gezond. De kritiek raakt de theoretische onderbouwing, niet de klinische ervaring dat mensen baat hebben bij het SSP. Wij volgen de discussie, passen onze taal aan, en blijven werken met de praktische concepten die houvast geven. En jij? Jij hoeft alleen maar te ervaren of het je helpt.
Des questions courtes, des réponses courtes
Y a-t-il des critiques à l'encontre de la théorie polyvagale ?
Ja. Zoals bij elk invloedrijk wetenschappelijk model wordt erover gediscussieerd, vooral over enkele evolutionaire en anatomische aannames. Onderzoekers als Paul Grossman hebben kritiek gepubliceerd; vanuit het Polyvagal Institute en clinici wereldwijd is daar uitgebreid op gereageerd. Het debat gaat over de theoretische onderbouwing, niet zozeer over de vraag of mensen baat hebben bij de toepassingen.
Werkt het SSP dan nog wel als de theorie ter discussie staat?
De kritiek richt zich op specifieke theoretische aannames, niet op de klinische ervaring dat mensen baat hebben bij de toepassingen. We werken zelf vooral met de autonome staten, neuroceptie en interoceptie. Veel mensen ervaren meer rust, betere slaap en minder overprikkeling, ook als de wetenschap nog niet elk mechanisme volledig verklaart.
Hoe gaan jullie zelf met die kritiek om?
We volgen de wetenschappelijke discussie en passen onze taal daarop aan. We spreken bijvoorbeeld liever van het polyvagale kader en de wetenschap van veiligheid dan van een sluitende theorie. We blijven werken met de praktische concepten die hun waarde in de praktijk bewijzen, en zijn transparant over wat nog onderzocht wordt.
Betekent kritiek dat de theorie weerlegd is?
Nee. Discussie en kritiek horen bij levende wetenschap en betekenen niet dat een model weerlegd of waardeloos is. Sommige onderbouwende aannames worden bijgesteld, terwijl de bruikbare kernconcepten en de klinische toepassingen overeind blijven.
Moet ik de polyvagaaltheorie geloven om baat te hebben bij het SSP?
Nee. Je hoeft geen enkele theorie te onderschrijven om het SSP te ervaren. Je luistert, en je merkt zelf of het je helpt richting meer rust en veiligheid. De ervaring staat los van het wetenschappelijke debat eromheen.
Eerlijk verhaal, echte ervaring
Ontdek of het SSP bij je past, of begin met een begeleid traject — en ervaar zelf wat het voor je doet.
Het SSP is een begeleid luisterprogramma, geen medische behandeling. We zijn transparant over wat wetenschappelijk wel en nog niet vaststaat.
Aucune réponse pour l'instant